Brugge Kamgebouw

Ten zuiden van het station Brugge werd in uitwerking van het stedenbouwkundig Masterplan Neutelings-Riedijck een duurzaam kantorencomplex van 44.000 m² ontworpen. Dit werd gecombineerd  met een volwaardige nieuwe inkomhal, gelegen in de as van de verbrede reizigersonderdoorgang, een “stedelijke couloir”. Die vormt de verbinding tussen het centrum van Brugge en de gemeente Sint Michiels.

De centrale hoge glasgevel accentueert de stationsingang. Door de transparante delen kan men de beweging van de treinen op het hoger gelegen aangrenzend spoor zien. In de diepte ziet men in het verlengde van de inhomhal de verbrede reizigersonderdoorgang, die de verbinding vormt tussen de twee stadsdelen.

De sokkel van het Kamgebouw, die het niveauverschil opvangt tussen de noord- en zuidzijde van het station, zorgt tegelijk voor een scheiding van voetganger- en fietsverkeer. Tegelijk integreert hij in het midden een vlot toegankelijke centraal gelegen fietsenstalling voor 900 fietsen. Aan het uiteinde van het gebouw, aan de zijde van de Spoorwegstraat, is de ingang van de ondergrondse parking met in totaal 800 plaatsen, speciaal bedoeld voor de pendelaars en voor de kantoren.

Het ontwerp van het Kamgebouw is gebaseerd op de in het plan Neutelings - Riedijck vooropgestelde Kamstructuur, namelijk een opeenvolging van gesloten blokken en “zwevende” schakels, waarbij een transparantie gecreëerd wordt zodat de spoorwegactiviteit zichtbaar blijft.

Het Kamgebouw kadert in de visie van stedenbouwkundige verdichting nabij een station, vooropgesteld zowel in het Structuurplan Vlaanderen als in het Stedenbouwkundige Beleidplan van de stad Brugge. Op die manier kan men de bereikbaarheid van het openbaar vervoer versterken. Het Kamgebouw ligt ook op wandelafstand van het centrum van Brugge.

Omwille van de nabijheid van de kantoren ten opzichte van de sporen is geopteerd om een tweede gevel in het gebouw te verwerken. Door zijn eenvoud oogt hij architecturaal zeer sterk en creëert hij een comfortzone , zowel akoestisch (geluid en trillingen) als tegen opwaaiend vuil. En er ontstaat ook een schijnbare grotere afstand tussen de kantoren en de sporen.

De comfortzone tussen kantoren en sporen, naast de “akoestische wand”. Om de overdracht van trillingen van het naastgelegen spoor te vermijden, zijn de kantoren van het Kamgebouw volledig gescheiden van de grondkerende wand.

De keuze van baksteen als gevelmateriaal is mee ingegeven door het naastliggend gebouwencomplex in typische neogotische baksteenstijl uit +/- 1900.

Om het monoliet volume van het Kamgebouw te accentueren, is gekozen voor een langwerpig baksteenformaat met gekleurde, verdiept uitgevoerde voegmortel.

De “zichtschermen” of roostervloeren in de gevel zijn gemoduleerd in functie van de modulatie van het gebouw. Naast  de zonwerende functie hebben ze ook als doel het repetitief karakter van de voorgevel te breken en de “kop en staart” te accentueren ten opzichte van de twee kantoorvleugels.

Tijdens de graafwerken voor de ondergrondse parkeergarage van het Kamgebouw waren secanspalen en tijdelijke ankers nodig om de stabiliteit van het hoger gelegen in dienst gebleven spoor 10 te verzekeren. Zo kon het goederenverkeer, op luttele meters verwijderd van de keerwand, zonder probleem verder gaan.