Lijn Brussel-Leuven

Sinds 1998 werd de lijn 36 tussen Brussel en Leuven gemoderniseerd. Dit hield in dat de spoorcapaciteit verdubbeld werd, van twee naar vier sporen. Deze werken, alsook de voetgangertunnels en toegangen werden door Tucrail uitgevoerd.

Bij die gelegenheid werd meteen werk gemaakt van het verwezenlijken van twee nieuwe stations en zes vernieuwde stopplaatsen, toegevoegd aan de reeds bestaande toegangen. Het voorontwerp en de studie hiervan werd aan Eurostation toevertrouwd.

Het concept is gebaseerd op het idee dat een station of een stopplaats opnieuw een symbool in de omgeving moet zijn en de verschillende stationsfuncties zoals toegangen, wachtplaatsen, en een fietsenstalling moet verenigen. Bovendien staan vijf sleutelelementen centraal, namelijk toegankelijkheid, informatie geven, klimaatbeheersing, geluidbeheersing, veiligheid en beleving.

Voor de stations en grotere stopplaatsen in dit concept is het centraal gegeven het transparante volume of de ‘glazen box’ aan de hoofdtoegangen, die de verschillende functies en stationsfragmenten groepeert.

Voor de kleinere stopplaatsen werd een ‘strekmetaal box’ gekozen, met geïntegreerde of aparte fietsluifels, en voor de zogenoemde ingegraven stopplaatsen toegangs-trapkokers met aparte fietsluifels.

Ook de perrons van deze stations en stopplaatsen werden vernieuwd. Reizigers kunnen voortaan vanuit de hoofdtoegangen via een beschutte, transparante wandelzone de trein op en bij slecht weer schuilen in de ‘schuilhuisjes’.

De ‘glazen box’ bestaat uit een dragende staalstructuur met grote glazen gevelpanelen en een dak uit geïsoleerde stalen sandwichpanelen. Vanuit de ‘glazen box’ kunnen alle delen van het station of de stopplaats worden bereikt. De ‘glazen box’ omvat de bescherming van de toegangshellingen en –trappen, de fietsenstallingen die zich boven de toegangen bevinden, wachtzones, en in de stations een loketruimte met sanitair.

Contrasterend met de staal-glas-constructie worden de fietsenstallingen voorzien van een houten vals plafond bestaande uit Noors grenen. De verluchting wordt – buiten de openingen aan de toegangen – gegarandeerd door omlopende roosters tussen de twee niveaus, en omlopende lamellen bovenaan de ‘glazen box’.

De overkappingen met geïntegreerde of aparte glazen fietsluifels bestaan eveneens uit een dragende staalstructuur, maar de wanden zijn in strekmetaal afgewerkt en het dak bestaat uit een multiplexplaat met EPDM-dichting. Het strekmetaal dient niet zoals het glas frequent gereinigd te worden, en de mazen zijn gekozen in functie van de bescherming tegen regen.

De zogenoemde ingegraven stopplaatsen werden uitgerust met een toegangs-trapkoker van op een bestaande brug. Deze trapkoker bestaat eveneens uit een stalen draagstructuur, wanden uit strekmetaal, en traptreden uit geplooide, geponste staalplaat. De trapkoker sluit aan op de beschutte zone.

De zogenoemde ingegraven stopplaatsen werden uitgerust met een toegangs-trapkoker van op een bestaande brug. Deze trapkoker bestaat eveneens uit een stalen draagstructuur, wanden uit strekmetaal, en traptreden uit geplooide, geponste staalplaat. De trapkoker sluit aan op de beschutte zone.